Hulpverleners over Oud en Nieuw: 'Mensen zijn letterlijk bewapend met explosieven'

Gepubliceerd op 8 januari 2020 18:08

Oud en nieuw was opnieuw grimmig voor hulpverleners. Zo werden nitraatbommen voor een politieauto gegooid en zwaar vuurwerk pal naast een handhaver. Amsterdamse hulpverleners die hun 31-12 nachtdienst niet snel zullen vergeten doen hun verhaal in Het Parool.

 

Waar de jaarwisseling voor veel mensen een feestelijke aangelegenheid kan zijn, is dat voor hulpverleners lang niet altijd het geval Op 1 januari maakten de hulpdiensten, justitie, politie en de gemeente een voorlopige balans op: het aantal branden en ambulanceritten was tijdens oud en nieuw ongeveer gelijk aan die van vorig jaar, 'de sfeer richting de hulpverleners was geregeld grimmig'. Er werd met vuurwerk gegooid, en in meerdere gevallen moesten hulpverleners zich daarom terugtrekken. 

'Onacceptabel' vindt korpschef Erik Akerboom van de Nationale Politie. Hoewel er nog geen telling is, voorspelt hij dat het aantal geweldsincidenten tegen politieagenten hoger is dan de 59 procent van vorig jaar. 

 

Linda van Beekhoven (36 jaar), brandweervrouw

'We wilden een foto van ons team maken op de dam. Toen we daar bij de kerstboom stonden, stak een man vuurwerk aan en gooide het naar ons toe: 'This one is for you'. Mijn collega zei ‘Houd je oren maar dicht’. Daarna volgde een enorme klap. ‘Holy moly, wat gebeurt hier.’ Het bleek een Cobra te zijn, zwaar vuurwerk. Waarom is dat nodig? Doe even normaal! Het geeft wel aan hoe weinig respect er bij bepaalde mensen nog is voor de brandweer. Helaas geldt dat ook voor de politie en de ambulancedienst.”

“Het was mijn eerste dienst tijdens oudjaar, ik had niet verwacht dat het zo erg zou zijn. Van alles ging in de fik: bergen afval naast de container. Scooters, zelfs auto’s. Op de porto hoorde ik onderweg dat mijn collega’s een brandje moesten blussen op een plek waar de sfeer grimmig was. Er moest politie mee om de omstanders op afstand te houden, zodat de brandweer zijn werk kon doen. We kunnen kennelijk tijdens oudjaar niet zonder politie naar een brand toe.”

“Ik snap echt niet waarom mensen zich tegen hulpverleners keren. Wij komen niet voor de lol een brand blussen, dat doen we omdat het gevaarlijk is. Wij proberen mensen te helpen, geef ons de ruimte om dat te doen. Achter de gele poppetjes zitten mensen met gevoel en een familie thuis. Ook wij zitten tijdens oudjaar liever met onze families thuis. Het zou een feest moeten zijn, maar dat is het voor ons niet als we vuurwerk naar ons hoofd geslingerd krijgen.”

 

Mark Achterbergh-Copier (32 jaar), politieagent

“We hebben nog geen no-goarea’s in Amsterdam, maar tijdens oud en nieuw gaan we wel die kant op. Mijn dienst begon met een melding in Amsterdam-West. We moesten een inschatting maken of de Mobiele Eenheid daar naartoe moest. Het was niet nodig, maar tegelijkertijd leek de wijk wel een soort van anarchie, waar het op 31-12 kennelijk legaal is om oorlogje te voeren met de buurt.”

“Ik zag een smeulende, half gesmolten scooter. Verderop stond een kledingcontainer in de fik. ‘Waarom doen jullie niets?’ vroeg een omwonende. ‘Ik heb me nog nooit zo onveilig gevoeld’. Tja, wat konden wij doen? De hele stad leek wel in brand te staan.”

“Wat mij nog het meest verbaasde, was dat, terwijl de brandweer een woningbrand stond te blussen, een grote menigte verderop stond toe te kijken hoe een speeltuintje afbrandde. Kennelijk zijn we dat normaal gaan vinden. Leuk hoor, oud en nieuw. We hebben het plein schoon moeten vegen om de brandweer de ruimte te geven om te blussen. Het is toch verschrikkelijk dat wij nodig zijn om de brandweer te beschermen.”

“Dan het zware vuurwerk. Mensen zijn letterlijk bewapend met explosieven, wat het allemaal nog veel gevaarlijker maakt. Op de Admiraal de Ruijterweg kregen we een nitraatbom voor onze auto. De knal doet niet onder voor die van een handgranaat.”

“We zagen dat er een bom naar een groep fietsers werd gegooid. Een fietser wist net op tijd uit te wijken. Dan staat daar een groep jongens. Wie heeft het gedaan? Niemand natuurlijk. In theorie kun je iedereen aanhouden, maar dat doe je niet. Ik heb geen aanhangwagen waarin ik mensen kan meenemen.”

“Dit is het niet meer waard. Verbied het zware vuurwerk, liefst in Europees verband. Als mensenlevens zodanig in gevaar komen, kun je niet meer schermen met ‘het is traditie’.”

 

Ilse van Soest (20 jaar), gemeentelijk handhaver

“Bij de briefing aan het begin van onze dienst kregen we het advies om onze oren en ogen open te houden. Handhavers zijn er in de eerste plaats voor de leefbaarheid. We letten bijvoorbeeld op slecht geparkeerde fietsen en auto’s. Als er sprake is van geweld, moeten we dat niet zelf oplossen maar doorgeven aan de politie. Daarna gingen we de straat op.”

“Het was overal enorm druk. Vooral door al het vuurwerk was het een chaos op straat. Ik zag jongeren vuurwerk naar elkaar gooien, niet alleen rotjes, maar ook zwaar vuurwerk. Dat begon dan als een geintje, maar de sfeer werd al snel grimmiger en het eindigde in een vechtpartij. Naast mijn schoen belandde vuurwerk dat zo hard knalde dat ik de druk op mijn borst voelde. Of het expres gegooid werd, weet ik niet. Je kan in die drukte niet eens zien waar het vandaan komt. Collega’s hebben hetzelfde meegemaakt. Sommigen hebben daarbij ook last van hun gehoor gekregen.”

“Ik heb ook veel vechtpartijen gezien. Een omstander vroeg aan mij: ‘Kan je er niet tussen springen?’ Nee, wij zijn maar met zijn tweeën. Wat moet ik doen? Gelukkig is de politie of de ME snel ter plaatse om in te grijpen. Ik werd ook op straat aangesproken door iemand die me meenam naar een vechtpartij. Ik zag omstanders op een man met een mes liggen. Collega’s van de handhaving hebben de man overgedragen aan de politie. Ik heb geholpen met het afzetten van het gebied.”

“Uiteindelijk zijn we, omdat we het in de drukke menigte met al dat vuurwerk te gevaarlijk vonden, met de auto gaan rijden in de rustigere delen van de stad. Maar het moet toch niet zo zijn dat je de binnenstad en al dat vuurwerk moet ontvluchten om je veilig te voelen.”

 

Jonathan Duurham (30 jaar), ambulancechauffeur

“Het is bij de ambulancedienst zo geregeld dat we nooit ergens naar binnen gaan als het niet veilig is. Bij twijfel gaat de politie eerst kijken. Pas wanneer het sein veilig door de politie is gegeven, kunnen wij naar binnen. Er wordt dus altijd ingeschat of de politie mee moet rijden. Tijdens mijn dienst was dat gelukkig niet nodig.”

“Dat sommige mensen oudjaar als een soort vrijbrief zien om hulpverleners aan te vallen, daar kan ik met mijn hoofd echt niet bij. Gelukkig heb ik dat soort extreme situaties niet meegemaakt. Wel merk ik in het algemeen dat automobilisten soms geagiteerd reageren als wij ergens hulp moeten verlenen en zij er niet door kunnen. Dan gaan ze toeteren. Als dat gebeurt, probeer ik het getoeter te negeren en mijn werk te doen.”

“Tijdens de jaarwisseling beginnen mensen vroeg op de dag met feesten en drinken. Dat merken we ook. Ik reed vaak op intoxicaties.”

“Er zijn trouwens ook hele mooie momenten. Je komt op plekken met prachtig uitzicht over de stad, en als mijn collega met de administratie bezig is, dan kan ik daar nog even van genieten, voordat we weer door moeten. Toen ik mijn wagen kort bij de Berlagebrug had neergezet, kwamen er ook mensen naar ons toe die ons gelukkig nieuwjaar kwamen wensen. Iemand riep: ‘We love you’. Een ander zei: ‘Tof dat jullie dit werk doen.’ Gelukkig zijn die reacties er ook.”

 

Lees hier het volledige artikel (Bron: Het Parool, 2020)

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.